Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken.

Logo SZW – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Praktische handreiking kortdurende aanvullingen op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

In paragraaf 4.3.4. eerste alinea van het Toetsingskader AVV is aangegeven dat de wet AVV geen toepassing vindt waar het gaat om afspraken over aanvullingen op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen met een meer structureel karakter die vallen onder de definitie van pensioen in artikel 1 van de Pensioenwet. Algemeenverbindendverklaring is wel mogelijk voor cao-afspraken over aanvullende sociale zekerheid op het gebied van arbeidsongeschiktheid als het gaat om een kortdurende regeling die geen onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling en die niet bij een pensioenuitvoerder is ondergebracht.


 

In cao’s worden regelmatig afspraken gemaakt om tijdens een korte periode (2 jaar) aan werknemers aanvullingen op een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering te verstrekken. Over het algemeen gaat het hierbij om een in een percentage van het brutoloon uitgedrukte aanvulling op het loon van de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemer, die in het 3e en 4e ziektejaar wordt verstrekt. Deze aanvullingen bedragen doorgaans niet meer dan 5 of 10% van het brutoloon van de werknemer. In de regel gaat het om afspraken waarbij de individuele werkgever een aanvulling op het loon verstrekt. Daarnaast komt het wel eens voor dat de werkgever bij een verzekeringsmaatschappij voor zijn werknemers een collectieve verzekering afsluit die voorziet in een uitkering om (gedeeltelijke) inkomensderving bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid te ondervangen.


 

Dergelijke volledig op zichzelf staande kortdurende regelingen over een aanvulling op een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen voor avv in aanmerking komen, als uit de cao blijkt dat ze uitsluitend via de werkgever of via een verzekeraar worden verstrekt. Dit betekent dat wanneer een regeling over een kortdurende aanvulling onderdeel uitmaakt van een pensioenregeling/-product welke onder de Pensioenwet valt, de aanvullingsregeling niet voor avv in aanmerking komt.


 

Incidenteel worden aanvullingen voor een langere periode dan twee jaar overeengekomen. Dergelijke bepalingen lenen zich uitsluitend voor avv als de aanvullingen (overeenkomstig de maximale duur waarvoor een cao kan worden aangegaan) niet voor een langere periode dan vijf jaren worden verstrekt. Aanvullingen, die voor een langere periode dan vijf jaar worden toegezegd hebben een meer structureel karakter en lenen zich niet voor avv.