Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken.

Logo SZW – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aanvulling Nederlandse uitkeringen

Cao-bepalingen over aanvullingen op een Nederlandse uitkering

Bij de Europese Commissie is een klacht ingediend met betrekking tot algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen, die voorzien in een aanvullende uitkering voor oudere werklozen. De aanvullingsregeling voorzag erin dat een uitkering krachtens de Werkloosheidswet werd aangevuld tot een bedrag van 80% van het laatstverdiende loon van de werkloze werknemer. De klacht, afkomstig van een Belgische grensarbeider (in Nederland werkzaam en in België woonachtig), betrof de methode voor de berekening van de hoogte van de (aanvullende) uitkering voor werkloze grensarbeiders. Bij de berekening werd uitgegaan van een fictieve Nederlandse werkloosheidsuitkering die de werkloze werknemer zou hebben ontvangen als hij in Nederland woonachtig was geweest, en niet van de feitelijke - lagere - Belgische werkloosheidsuitkering die de betrokkene in zijn woonland ontving. Het (onbedoelde) effect van deze bepalingen en de toepassing daarvan in de praktijk was dat een werkloze werknemer die in Nederland woont een bedrag ontvangt waardoor zijn werkloosheidsuitkering een niveau van 80% van zijn laatst genoten loon bereikt, maar een werkloze grensarbeider die in België woont en een lagere Belgische werkloosheidsuitkering krijgt, niet.

De Europese Commissie heeft naar aanleiding van deze klacht geoordeeld dat de desbetreffende cao-bepalingen (en vergelijkbare bepalingen in andere cao’s) leiden tot indirecte discriminatie van grensarbeiders. De Europese Commissie acht dit in strijd met artikel 7, lid 2, van Verordening 1612/68. Omdat deze cao-bepalingen algemeen verbindend verklaard zijn en daarmee de status van nationale wetgeving hebben, wordt de Nederlandse overheid hierop aangesproken.

Het is aan sociale partners om de inhoud van een cao te bepalen.

Voor de overheid is van belang dat cao-bepalingen niet strijdig zijn met het recht. Cao-bepalingen die strijdig zijn met het recht komen immers niet in aanmerking voor algemeen verbindend verklaring (avv). Cao-bepalingen die inbreuk maken op het beginsel van gelijke behandeling zijn strijdig met het recht.

Om te kunnen beoordelen of een cao-bepaling in overeenstemming is met het recht is het daarom van belang dat uit de formulering van een bepaling duidelijk blijkt wat de bedoeling van partijen is. Bijvoorbeeld als het gaat om een aanvullingsregeling, is het dan de bedoeling dat een aanvulling op een werkloosheids-, arbeidsongeschiktheids- of andere uitkering wordt gegeven tot een bepaald percentage van het laatst verdiende loon? Of wordt juist beoogd een vast bedrag of een bepaald percentage van het laatst verdiende loon als aanvulling te geven? Dit zal uit de formulering van de desbetreffende cao-bepalingen moeten blijken.

Als beoogd wordt een sociale zekerheidsuitkering aan te vullen tot een bepaald percentage van het eerder genoten loon, zal bij de berekeningswijze van de aanvulling rekening gehouden moeten worden met de omstandigheid dat sommige belanghebbenden niet een Nederlandse socialezekerheidsuitkering zullen krijgen, maar een door het buitenland verstrekte uitkering.

Als beoogd wordt een aanvulling te geven ter hoogte van een vast bedrag of een bepaald percentage van het laatst genoten loon, ligt het voor de hand de aanvulling ook in een vast bedrag of vast percentage uit te drukken.