Direct naar (in deze pagina): Hoofdnavigatie, Zoeken.

Logo SZW – Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Praktische handreiking tussentijdse medische keuringen

CAO-bepalingen die voorzien in de verplichting voor de werknemer tot een tussentijdse medische keuring kunnen niet voor AVV in aanmerking. De reden hiervoor is dat op grond van artikel 7:450 BW de toestemming van de keurling is vereist. Er moet derhalve een overeenkomst tot het aangaan van een geneeskundige behandeling zijn. CAO-bepalingen die niet nadrukkelijk de toestemming van de werknemer regelen voor een dergelijke keuring komen niet voor AVV in aanmerking, omdat de minister niet bevoegd is middels een AVV-besluit een dergelijke verplichting aan derden op te leggen.

 

Voor AVV van CAO-bepalingen inzake tussentijdse medische keuringen gelden de volgende voorwaarden:

  • expliciet te worden opgenomen dat de toestemming van de werknemer is vereist;
  • deze toestemming kan niet opzij worden gezet met een “tenzij bepaling.” Een voorbeeld van een dergelijke bepaling is, dat in beginsel toestemming van de werknemer is vereist, “tenzij dwingende medische bezwaren en/of wettelijke regelingen zich hiertegen verzetten”.

 

Uitzonderingen:

 

  • Tussentijdse medische keuringen kunnen op grond van formele wet- en regelgeving verplicht zijn. In dat geval is de toestemming van de werknemer niet vereist. Voorwaarde voor AVV van dergelijke bepalingen is, dat in de CAO-bepaling zelf duidelijk is vastgelegd dat er sprake is van een tussentijdse medische keuring op grond van een wettelijke regeling én dat de wettelijke regeling als zodanig in de CAO-bepaling is benoemd.
  • Op grond van artikel 28 Ziektewet en artikel 27 WIA dient een werknemer bij ziekte mee te werken aan een geneeskundig onderzoek. Toestemming is hier dus niet vereist.